Warmtebeeld seizoen voor wildschade begint doorgaans eind zomer en loopt door tot in de winter, wanneer schadegevoelige gewassen als mais worden geoogst en wild zwijnen actiever de randen van agrarische percelen opzoeken. September is het moment om je warmtebeeldapparatuur klaar te hebben staan, nog vóór de piek in meldingen van wildschade begint.
Hieronder lees je waarom dit najaar cruciaal is en hoe je warmtebeeld effectief inzet tegen wildschade.
In het kort
- Het warmtebeeld seizoen voor wildschadebestrijding piekt van september tot in de winter.
- Wild zoekt in deze periode actief voedsel bij akkerranden, vooral rond maisvelden.
- Vroege signalering met warmtebeeld voorkomt dat schade zich verder uitbreidt.
- Zorg dat je apparatuur, batterijen en eventuele meldingsprocedures op orde zijn vóór het hoogseizoen begint.
Waarom september het startpunt is
Het warmtebeeld seizoen voor wildschadebestrijding hangt nauw samen met de oogstcyclus. Zodra de mais rijpt en de eerste velden worden geoogst, verliezen wilde zwijnen dekking en voedsel op andere plekken, waardoor ze zich verplaatsen naar nog niet geoogste percelen en akkerranden. Deze periode van verhoogde activiteit duurt tot diep in de winter.
Wie pas in oktober of november begint met controleren, loopt al schade mis die zich in de eerste weken van september heeft opgebouwd. Vroege inzet van warmtebeeld helpt patronen te herkennen voordat de schade zich verspreidt over meerdere percelen.
Hoe je warmtebeeld effectief inzet
Warmtebeeldapparatuur werkt het best in de vroege ochtend en late avond, wanneer wild het actiefst is en het temperatuurcontrast met de omgeving het grootst is. Loop of rijd langs akkerranden en bosschages waar wild zich waarschijnlijk ophoudt, en let op bewegende warmtebronnen die in het donker met het blote oog onzichtbaar blijven.
- Controleer periodiek dezelfde risicovolle randen van percelen.
- Combineer een warmtebeeldkijker met een gewone verrekijker om waarnemingen te bevestigen.
- Leg waarnemingen vast, zodat patronen in beweging en tijdstip zichtbaar worden.
Combineer waarnemingen over meerdere weken, zodat een duidelijk patroon ontstaat in looproutes en tijdstippen. Dat patroon is niet alleen nuttig voor jezelf, maar ook waardevol als onderbouwing richting de faunabeheereenheid of grondeigenaar.
Zorg dat je apparatuur klaarstaat
Controleer vóór het hoogseizoen of je warmtebeeldcamera goed functioneert, batterijen voldoende capaciteit hebben en eventuele software-updates zijn geïnstalleerd. Niets is vervelender dan een lege batterij op het moment dat je eindelijk beweging signaleert. Bekijk het volledige aanbod in de koopgids voor warmtebeeldcamera's als je apparatuur aan vervanging toe is.
Volgens BIJ12, de uitvoeringsorganisatie voor faunazaken van de provincies, wordt schade door wild zwijn aan landbouwgewassen het hele jaar door gemeld, met een duidelijke piek in het najaar rond de oogstperiode.
Begin daarom niet pas bij de eerste schademelding, maar bouw vanaf begin september al een beeld op van waar en wanneer wild zich beweegt. Dat scheelt kostbare tijd zodra het warmtebeeld seizoen echt op zijn hoogtepunt is.
Veelgestelde vragen
Wanneer begint het warmtebeeld seizoen voor wildschade precies?
De activiteit neemt meestal toe vanaf eind augustus tot begin september, wanneer de eerste maisvelden worden geoogst. De piek loopt door tot in de winter.
Is warmtebeeld het hele jaar bruikbaar tegen wildschade?
Ja, maar de effectiviteit is het grootst tijdens het najaar en de vroege winter, wanneer wild actief voedsel zoekt bij geoogste of nog te oogsten percelen.
Moet ik wildschade zelf melden?
Ja, wildschade meld je zelf bij de betreffende faunabeheereenheid of via BIJ12, niet via een leverancier van apparatuur. Zorg dat je waarnemingen goed gedocumenteerd zijn voordat je een melding indient.
Werkt warmtebeeld ook overdag tegen wildschade?
Warmtebeeld werkt overdag ook, maar het contrast met de omgeving is kleiner dan in de ochtend- of avondschemer. Voor de beste resultaten zet je het vooral in tijdens de actiefste periodes van wild.


